Hét vraag- en antwoordplatform van Nederland

Wat gebeurt er als je alle variabelen al hebt gebruikt maar toch meer nodig hebt?

Bijvoorbeeld: je hebt a t/m z al gebruikt als variabele. Maar wat als je nog meer wil? Ik dacht zelf, ab kan niet omdat dat a×b is. Toen dacht ik aan bijv. a~b of zoiets, om aan te geven dat het bij elkaar hoort.

Verwijderde gebruiker
10 jaar geleden
in: Wiskunde
Geef jouw antwoord
0 / 2500
Geef Antwoord

Het beste antwoord

Ik neem aan dat je het hebt over variabelen in wiskundige vergelijkingen, en niet over variabelen in een computerprogramma. Variabelen in een computerprogramma mogen namelijk uit meerdere letters bestaan, het mogen hele woorden zijn.

Goed, variabelen in een wiskundige vergelijking dus.

Als je niet genoeg hebt aan a t/m z, heb je de volgende mogelijkheden:
--  A t/m Z gebruiken.
--  Griekse letters gebruiken. Zowel Groekse hoofdletters als Griekse kleine letters. Wel opletten dat je bijvoorbeeld niet de hoofdletter Alpha gebruikt, want die ziet er net zo uit als onze hoofdletter A.
-- Indices gebruiken. Gebruik bijvoorbeeld a0, a1, a2, a3, a4 enzovoort. Waarbij dat cijfer in subscript staat. Dit werkt het best als je voor variabelen die ongeveer hetzelfde voorstellen dezelfde letter gebruikt, met een ander indexcijfer. Bijvoorbeeld T voor alle temperaturen, met T0 (of Tw) de temperatuur in de woonkamer, T1 (of Tk) de temperatuur van de keuken, T2 (of Ts) de temperatuur van de slaapkamer, enzovoort (ook die w, k en s staan in subscript).

Vooral met die laatste methode weet je zeker dat je nooit meer een gebrek aan variabelen zult hebben.
 
Cryofiel
10 jaar geleden

Andere antwoorden (2)

Je zou hoofdletters kunnen gebruiken, of dubbele letters zoals aa, bb AA,BB
of het Griekse alfabet
Maar 26 variabelen lijkt me wel heel erg onoverzichtelijk worden
10 jaar geleden
Een variabele kan van alles zijn. Het is 'iets' wat een waarde aanhoudt.
Je kan als het ware ook het woord 'schoen' als variabele gebruiken en die gelijk stellen aan bijvoorbeeld 5.

Als ik schoen gelijk stel aan 5 en veter gelijk stel aan 10, dan wordt:

schoen X veter = 50.

Kortom, je hoeft niet per se alleen maar a t/m z te gebruiken, als je maar duidelijk maakt wat je aan wat gelijk stelt.
Verwijderde gebruiker
10 jaar geleden
Deel jouw antwoord
0 / 2500
Geef Antwoord
logo van Kompas Publishing

GoeieVraag.nl is onderdeel van Kompas Publishing