Wat voor effect hebben metingen op subatomair nivo?
Bij het onzekerheidsprincipe van Heisenberg wordt gesteld dat positie en impuls van een deeltje niet beide bekend kan zijn.
Hoewel ik eigenlijk al niet weet of een eletron uberhaupt wel een positie heeft, gaat mijn vraag evewel over het meten oa daarvan.
Ik lees dan verschillende versies:
1) '...dat metingen altijd invloed hebben op het systeem. Wordt bijvoorbeeld zeer exact de plaats van een deeltje gemeten, dan zal hierdoor de impuls, en dus de snelheid, zeer onzeker worden.'
2) En ergens anders lees ik: 'De onzekerheidsrelatie is echter geen gevolg van onze ontoereikende meetmethoden en ze onstaan ook niet doordat we met onze metingen het proces verstoren, doordat het ene gebeurt terwijl we het andere meten.'
3) En: 'De meting observeert niet de huidige toestand, maar veroorzaakt deze. Dit is de zogenaamde Kopenhagen interpretatie.'
4) En: 'Pas wanneer we kijken....verschijnt een manifestatie van het deel waar we naar vragen.'
Door deze (ogenschijnlijk?) tegenstrijdige stellingen blijft het voor mij nog steeds een vraag wat metingen nou voor invloed hebben.(by the way: moet achter deze zin eigenlijk een vraagteken ? staan?)
vervolg zie reactie