Hoe ontleed je de volgende twee zinnen? 1. Gisteren hadden de meisjes op Texel noodweer. 2. De man op de voorgrond is de voorzitter.
Het gaat om het onderwerp. Volgens een site met oefeningen (Cambiumned) is het onderwerp in 1: De meisjes, en in 2: De man op de voorgrond. Met in 1 'op Texel' neem ik aan een bijvoeglijke bepaling van plaats.
Maar waarom is 'op de voorgrond' dan geen bijvoeglijke bepaling van plaats, maar deel van het onderwerp?
Toegevoegd na 24 minuten:
Ik bedoel met bijvoeglijke bepaling: bijwoordelijke bepaling.